Deze methode, die in de jaren 1970 en 1980 in de Verenigde Staten werd ontwikkeld onder de naam 360° feedback, combineert de zelfevaluatie van een manager met de meningen van zijn of haar omgeving op de werkplek.
Het is eerder een instrument voor ontwikkeling dan voor evaluatie. Het stelt de geobserveerde manager in staat om inzicht te krijgen in zijn of haar managementvaardigheden, potentieel en gebieden die voor verbetering vatbaar zijn, zodat hij of zij ontwikkelingsdoelen kan stellen en stappen kan ondernemen om vooruitgang te boeken.
Eenzelfde vragenlijst wordt ingevuld door de betrokken manager, diens hiërarchische leidinggevende en, volledig anoniem, door een aantal van zijn collega's en medewerkers.
De anonimiteit van de feedback-gevers, met uitzondering van de lijnmanager, is essentieel. De waarnemers moeten de begunstigde ook goed genoeg kennen om een zo goed mogelijk o goed mogelijk oordeel te geven over zijn of haar professionele, relationele en leidinggevende vaardigheden.
Op deze manier worden managers zich bewust van hun impact op anderen, de verschillen in perceptie tussen henzelf en de mensen om hen heen, en de verwachtingen van elk van hen.